Yie Ar Kung Fu
reviewDe beat-‘em-up is een genre dat zich sterk heeft verankerd in de videogame industrie. Tegenwoordig krijgen deze games een ingewikkelde storyline mee, met tientallen speelbare personages, verschillende arena’s, enzovoort en zo verder. Er was echter ooit een tijd waarin vechtspelletjes nog simpel waren, en meer op simulaties van de Olympische disciplines leken, waarin je per rake slag punten kreeg.
Dat principe veranderde echter toen in 1985 Yie Ar Kung Fu in de zalen kwam, de beat-‘em-up die voor het eerst levensbalken introduceerde, tegenwoordig een standaard voor het genre. Eenvoud is troef in deze game, zelfs de naam zegt het al. “Yie Ar” ofwel “Yi Er” in het internationaal Chinese transcriptiesysteem, betekent immers gewoon “één twee”. Het historische belang van deze game is niet te onderschatten, want het introduceerde voor het eerst twee vrouwelijke personages in een vechtspel. Dit zou niet meer gebeuren tot Chun Li verscheen in Street Fighter II. Goed, “One Two Kung Fu” is verkrijgbaar voor 400 Microsoft Points ofwel €4,60, en wij haalden hem binnen. Hoe we hem vonden? Lezen maar!
Zoals we al zeiden: minder is meer als het op klassieke fighting games aankomt. De formule voor deze game is zo verbazingwekkend eenvoudig dat ze een onverklaarbare aantrekkingskracht vertoont. Jij bent Oolong (Chinees voor “Strijdende Draak”), een kungfuvechter die deelneemt aan een toernooi in 11 ronden en evenveel tegenstanders moet verslaan. Waarom? Waar? Wie? Wat? Hoe? Geen enkel idee, gewoon in elkaar rammen die tegenstanders. De elf tegenstanders variëren van een sumoworstelaar tot een vrouwelijke strijder die met Chinese waaiers gooit, tot een kerel die zich in drievoud kan kopiëren, en ook wel een spiegelbeeld van Oolong zelf (maar dan zonder hemd aan) als eindbaas.
Erg veel variatie zou je denken (elf verschillende tegenstanders en dan nog eens je eigen vechtstijl), maar daar zijn we helaas niet over te spreken. Elk gevecht lijkt een beetje op een spelletje “Rock-‘em Sock-‘em Robots”, waarin je om de beurt 50% kans hebt om te slaan of geslagen te worden. Er zijn echter wel “strategieën” om elke aparte vijand te verslaan, maar een echt zekere manier is er niet. Je mag van enorm geluk spreken als je iemand met een Perfect kan verslaan, want het draait meer om geluk dan echt goede timing in dit spel. De moeilijkheidsgraad schiet ook behoorlijk omhoog wanneer je bij de laatste twee tegenstanders aankomt. Vooral Tonfun is een echte lastpak, die je liever kwijt dan rijk bent.
Voor de graphics kun je kiezen tussen Original en Enhanced, net zoals bij Centipede/Millipede. Dit is een welkome verrassing in vergelijking met Double Dragon, waar je jezelf tevreden moest stellen met de nieuwe tekenstijl. Het character design van de Enhanced mode lijkt sterk op de aangepaste HD textures van Double Dragon, maar de cartoonstijl zal zeker niet voor iedereen weggelegd zijn, waaronder wijzelve. Het spel speelt echter een pak vloeiender dan in Original, dus voor een doenbare gameplay laat je de graphics best aangepast aan het nieuwe tijdperk.
Voor het geluid kun je eveneens kiezen tussen Original en Enhanced, maar hier houden we het liefst bij Original. Een oud vechtspel vinden we immers enorm charmant klinken, net zoals een oude kungfufilm met Bruce Lee (“Blues”, de naam van de eindbaas van het spel, is een woordspeling op Bruce Lee) of Jackie Chan. Het nieuwe geluid is zeker niet vreselijk, maar het deuntje op de achtergrond is enorm repetitief (in Original ook, maar daar “verwacht” je het) en de fight sounds hebben nul nostalgische waarde, dus is de keuze snel gemaakt.
“Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd”, zei mijn grootmoeder zaliger altijd, en gelijk heeft ze in dit geval. Het moet gezegd dat je voor je 400 zuurverdiende MS Points niet echt veel content krijgt (alleen een singleplayer tournament met elf tegenstanders), maar wat je te spelen krijgt, kan best wel leuk zijn en heeft een onovertroffen nostalgische meerwaarde, ondanks de gehandicapte gameplay, waar geluk meer primeert dan echte vaardigheid. De “subtiele” humor (voor mensen die een woordje Chinees spreken) kan soms wel ietsje te laag-bij-de-gronds zijn, zoals de sumoworstelaar die “ni hao!” (“hello!”) roept als je hem een trap of slag in de kroonjuwelen verkoopt, of Oolong die “xiexie!” (“thanks!”) zegt als hij een extra leven krijgt per honderdduizend behaalde punten. Fans van het genre downloaden best eens de trial, en kunnen zich misschien tot een aankoop laten verleiden. Mensen die sowieso niet voor fighting games te vinden zijn en ook nog 400 punten aan iets nuttigs willen besteden, blijven hier vast en zeker beter af.
Dat principe veranderde echter toen in 1985 Yie Ar Kung Fu in de zalen kwam, de beat-‘em-up die voor het eerst levensbalken introduceerde, tegenwoordig een standaard voor het genre. Eenvoud is troef in deze game, zelfs de naam zegt het al. “Yie Ar” ofwel “Yi Er” in het internationaal Chinese transcriptiesysteem, betekent immers gewoon “één twee”. Het historische belang van deze game is niet te onderschatten, want het introduceerde voor het eerst twee vrouwelijke personages in een vechtspel. Dit zou niet meer gebeuren tot Chun Li verscheen in Street Fighter II. Goed, “One Two Kung Fu” is verkrijgbaar voor 400 Microsoft Points ofwel €4,60, en wij haalden hem binnen. Hoe we hem vonden? Lezen maar!
Zoals we al zeiden: minder is meer als het op klassieke fighting games aankomt. De formule voor deze game is zo verbazingwekkend eenvoudig dat ze een onverklaarbare aantrekkingskracht vertoont. Jij bent Oolong (Chinees voor “Strijdende Draak”), een kungfuvechter die deelneemt aan een toernooi in 11 ronden en evenveel tegenstanders moet verslaan. Waarom? Waar? Wie? Wat? Hoe? Geen enkel idee, gewoon in elkaar rammen die tegenstanders. De elf tegenstanders variëren van een sumoworstelaar tot een vrouwelijke strijder die met Chinese waaiers gooit, tot een kerel die zich in drievoud kan kopiëren, en ook wel een spiegelbeeld van Oolong zelf (maar dan zonder hemd aan) als eindbaas.
Erg veel variatie zou je denken (elf verschillende tegenstanders en dan nog eens je eigen vechtstijl), maar daar zijn we helaas niet over te spreken. Elk gevecht lijkt een beetje op een spelletje “Rock-‘em Sock-‘em Robots”, waarin je om de beurt 50% kans hebt om te slaan of geslagen te worden. Er zijn echter wel “strategieën” om elke aparte vijand te verslaan, maar een echt zekere manier is er niet. Je mag van enorm geluk spreken als je iemand met een Perfect kan verslaan, want het draait meer om geluk dan echt goede timing in dit spel. De moeilijkheidsgraad schiet ook behoorlijk omhoog wanneer je bij de laatste twee tegenstanders aankomt. Vooral Tonfun is een echte lastpak, die je liever kwijt dan rijk bent.
Voor de graphics kun je kiezen tussen Original en Enhanced, net zoals bij Centipede/Millipede. Dit is een welkome verrassing in vergelijking met Double Dragon, waar je jezelf tevreden moest stellen met de nieuwe tekenstijl. Het character design van de Enhanced mode lijkt sterk op de aangepaste HD textures van Double Dragon, maar de cartoonstijl zal zeker niet voor iedereen weggelegd zijn, waaronder wijzelve. Het spel speelt echter een pak vloeiender dan in Original, dus voor een doenbare gameplay laat je de graphics best aangepast aan het nieuwe tijdperk.
Voor het geluid kun je eveneens kiezen tussen Original en Enhanced, maar hier houden we het liefst bij Original. Een oud vechtspel vinden we immers enorm charmant klinken, net zoals een oude kungfufilm met Bruce Lee (“Blues”, de naam van de eindbaas van het spel, is een woordspeling op Bruce Lee) of Jackie Chan. Het nieuwe geluid is zeker niet vreselijk, maar het deuntje op de achtergrond is enorm repetitief (in Original ook, maar daar “verwacht” je het) en de fight sounds hebben nul nostalgische waarde, dus is de keuze snel gemaakt.
“Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd”, zei mijn grootmoeder zaliger altijd, en gelijk heeft ze in dit geval. Het moet gezegd dat je voor je 400 zuurverdiende MS Points niet echt veel content krijgt (alleen een singleplayer tournament met elf tegenstanders), maar wat je te spelen krijgt, kan best wel leuk zijn en heeft een onovertroffen nostalgische meerwaarde, ondanks de gehandicapte gameplay, waar geluk meer primeert dan echte vaardigheid. De “subtiele” humor (voor mensen die een woordje Chinees spreken) kan soms wel ietsje te laag-bij-de-gronds zijn, zoals de sumoworstelaar die “ni hao!” (“hello!”) roept als je hem een trap of slag in de kroonjuwelen verkoopt, of Oolong die “xiexie!” (“thanks!”) zegt als hij een extra leven krijgt per honderdduizend behaalde punten. Fans van het genre downloaden best eens de trial, en kunnen zich misschien tot een aankoop laten verleiden. Mensen die sowieso niet voor fighting games te vinden zijn en ook nog 400 punten aan iets nuttigs willen besteden, blijven hier vast en zeker beter af.
0 reacties
Geef een reactie
Artikel info
- Auteur
- Dennis Vansant
- Datum
- 25 augustus 2007
- Gamertag
- dennoman
Game info

Beschikbaar op
- X360
- Game
- Yie Ar Kung Fu
- Publisher
- Konami
- Developer
- Konami
- Genre
- Arcade
Game score
6-/10
