Unreal Championship
review
De gamers onder jullie die af en toe muis en keyboard uit de holster grabbelen en als dusdanig, met hun luie achterwerk geplaveid op een bureaustoel, hun dagdagelijkse frustraties van zich afknallen, behoeven geen inleiding tot de historie van Unreal. Uit respect voor de veel gelauwerde serie –en ook die wereldvreemde creaturen die het horen donderen in Keulen bij de naam ‘Unreal’- maken we desalniettemin een korte schets van het roemrijke verleden.
Het prille begin van het succesverhaal situeert zich grofweg 5 jaar geleden, toen Epic met een oerdegelijke First Person Shooter (FPS) op de proppen verscheen, genaamd Unreal. De reacties van het gameminnende volk waren dan ook navenant. Reviewers keken niet op een puntje meer (of minder) en de algemene reacties waren lovend. Op één vlak schoot het spel echter te kort: een multiplayer mode was onbestaande. Epic schudde nog wel spoedig een halfslachtige oplossing uit de mouw, maar kwam een jaar later reeds op de proppen met een volwaardige opvolger van deel 1, ditmaal volledig gericht op het multiplayerfacet. Een hele ommezwaai, maar het rendeerde. Unreal Tournament (UT) ging de rechtstreekse concurrentie aan met Quake III en konsoorten, en slaagde hierin met vlag en wimpel. Wat zijsporen- en projecten buiten beschouwing gelaten volgden er 3 lange jaren, waarin het wachten was geblazen op UT 2K3 en diens kleine broertje Unreal Championship, exclusief voor de Xbox. Qua originaliteit is geen van beide echter een hoogvlieger. Er werd hoofdzakelijk voortgeborduurd op de populaire formules, en bij wijle werd er ook op subtiele wijze leentjebuur gespeeld bij de grote concurrent Quake. Geen cocktail vol vernuftige uitvindingen, maar wel een combinatie van twee oude recepten, op smaak gebracht door Digital Extremes, hofleverancier van dienst…
Alvorens je jezelf kan omtoveren tot een hersenloze massamoordenaar wiens schietgrage vinger krampachtig vastgrijpt naar de trekker, moet je even tijd vrijmaken voor het creëren van een profiel, wat toch de nodige aandacht vereist. Schakel het knopje van de grijze hersencellen dus nog even aan en ga bedacht te werk. De eerste knoop die je moet doorhakken is de keuze van je karakter. Enkel en alleen afgaan op uiterlijke kenmerken zou een schromelijke vergissing zijn. Stuk voor stuk zijn het afschrikwekkende gedrochten die je niet in een donker steegje wil tegenkomen. Maar de leuze die we tot bloedens toe hebben moeten aanhoren in de moraallessen -“Ware schoonheid zit binnenin”- bewijst ook hier weer zijn waarde. Betreed je het slagveld liever als een op hol geslagen psychopaat, wiens leven sterker wordt bij elke druppel bloed die hij proeft van zijn ongelukkige slachtoffers? Of verkies je een menselijke bulldozer die elke ochtend een magazijn kogels naar binnen speelt? Elk ras heeft zo wel zijn eigen pluspunten, maar zoals het elke held(in) betaamt, ook een kwetsbare achillespees. Daarenboven zijn er tussen de talrijke karakters ook nog non-raciale verschillen in de wapenvoorkeur en dergelijke meer. Om succes te garanderen is het dan ook noodzakelijk een vechterbaas te kiezen die complementair is met je stijl.
Tot slot moet je in ware Ghost Recon-style nog een eigen team samen stellen waarmee je het pad der vernieling en moord betreedt. Een juiste balans vinden tussen je verdediging en aanval behoedt je van een faliekante afgang in de arena’s.
Eens de administratieve rompslomp achter de rug is, kan je het intellect weer op inactief zetten en is het knallen geblazen. Je kan je duivels in verschillende gamemodes ontbinden, met de singleplayer campagne als (offline) hoofdbrok voor de enkelingen onder ons.
Deze is in sterke mate gebaseerd op de overeenkomstige component in de originele UT. Het laddersysteem doet weer zijn intrede, waarbij je –op voorwaarde dat je de wedstrijden winnend afsluit- stelselmatig wordt geïntroduceerd tot de verschillende modes die beschikbaar zijn. Deze variëren van de ouwe getrouwe zoals Deathmatch, Team Deathmatch, Survival en Capture the Flag tot het herdoopte Double Domination en de volledig nieuwe Bombing Run. Deze laatste is een stoutmoedige incarnatie van American Football. Ditmaal moet je echter geen rondvliegende tackles ontwijken van gespierde testosteronbundels, maar wel enkele kilo’s lood die de moordzuchtige tegenstand op je afvuurt. Om het doel van de tegenstand te bereiken zal je echter intensief moeten samenwerken met je ploegmakkers, want eens je de “bal” in je bezit hebt kan je hem enkel nog maar wegschieten, in het beste geval naar je teamgenoten of in doel. Je stoere wapens bovenhalen en jezelf een weg knallen naar de overkant is onmogelijk, dat werkje moeten de anderen voor je opknappen. Het nodige tactische overleg is dus niet misplaatst. Via een paar handige toetsencombinaties strooi je de orders naar je strijdkameraden gezwind rond.
Ook Double Domination vereist enig overleg door de subtiele aanpassingen aan diens voorganger. Nu is het zaaks om de beide locaties in een map tegelijk te bezetten, en dat gedurende 10 lange seconden, waarbij het kanonnenvlees tegen een onmenselijk tempo wordt aangevoerd. Slaag je in je opzet dan word je beloond met een kostbaar punt.
De weg naar de hoogste trede van de ladder is lang en zwaar, althans als je niet op de laagste niveaus de uitdaging aangaat. UC telt “maar” 4 moeilijkheidsgraden, wat toch wel een miniem aantal is in vergelijking met UT. Het belangrijkste gevolg is dat kloven tussen de verschillende graden wel aanzienlijk zijn en van weinig nuance getuigen. Tenzij je een complete leek bent, zijn de laagste niveaus af te raden als je jezelf tot een waardige overwinnaar wil kronen. Je doet er jezelf ook een plezier mee, want eenmaal de campagne tot een goed einde gebracht is zal je ze niet al te vaak meer (her)spelen. Zonder twijfel een uitstekende en vermakelijke opwarming om de spieren los te schudden, maar voor het echte werk moet het startschot nog gegeven worden.
Met name Instant Action zal nog regelmatig de revue passeren op die kille, eenzame momenten. Heb je geen goesting om een verzadigde Yankee of verwaande Fransoos het vuur aan de schenen te leggen online (waarover later meer), of heb je gewoon de training nodig om niet beschaamd met de broek op de knieën het brutale Live wereldje te verlaten, dan ben je bij Instant Action aan het juiste adres. Op slechts enkele tellen heb je een spel opgestart en wat regeltjes in voegen laten treden, en voor je het goed en wel beseft schenk je een legertje bots een ticketje naar de schoot van God Onze Vader. Wil je je irritante buurjongen ook eens een virtueel pak voor de broek geven als die onverwachts binnenstrompelt, dan hoeft die maar een controller in te pluggen, de startknop in te rammen en een profieltje te kiezen. En 5 seconden later ben je gezamenlijk in splitscreen aan’t fraggen (tot maximaal 4 personen). Lijkt enorm simpel als je het zo voorstelt, maar als je de eerste keer bijna de wanhoop nabij bent en op het punt staat Epic en Digital Extremes naar de verdoemenis te verwensen voor het schandelijk vergeten van een splitscreen mode, dan heb je wel een andere kijk op de zaak. Zowel het bijgeleverde boekje als de menu’s in het spel zwijgen namelijk in alle talen over een splitscreenmode. Pas na een verdwaalde druk op juiste knop, of een gouden raad van Tante Kaat op één of ander forum, wordt je geest verlicht en verschijnt het verloren gewaande festijn voor de ogen. Een dikke blos schaamrood zou niet misstaan op de wangen van de developer, want een titel die pretendeert het ultieme multiplayer festijn te herbergen hoort van meer gebruikersgemak te getuigen!
Voor de ongelukkige onder ons die claustrofobische aanvallen krijgen in die kleine splitscreenhokjes is er de gerenommeerde system linkoptie. Halo was tot op heden de onovertroffen system link kampioen, maar wordt bij deze toch wel op de hielen gezeten door UC. Net zoals bij Halo kan je een spel opstarten voor maximum 16 bloeddorstige gekken, maar in tegenstelling tot het meesterwerkje van Bungie kan je bij UC wel meer dan 4 Xboxen aan elkaar linken, wat enorm handig is op de vele Lan party’s die aan populariteit winnen.
UC stoot echter Halo niet van diens felbegeerde troon vanwege enkele technische mankementen…
De Unreal-engines hebben zich met de jaren een kraaknette reputatie verworven in de gameswereld, en staan steevast garant voor enkele kilo’s luchtig verteerbare eye candy. Ook Unreal Championship lijkt tijdens de eerste oogopslag hier geen uitzondering op te vormen. Maar schijn bedriegt. Want onder al die visueel verbluffende spektakelstukken schuilt een puffende en kreunende engine, wiens spierballen af en toe begeven onder de loodzware last van prachtig vormgegeven levels, die uitpuilen van grafisch indrukwekkende hoogstandjes zoals mee wiegend gras en ander lekkers. Als er teveel actie tegelijk plaatsvindt op het scherm wil de framerate wel eens naar beneden duikelen, recht evenredig met het aantal spelers dat heeft plaatsgenomen achter één enkele Xbox. Zo lijkt bij een 4 player splitscreen de engine wel een pijnlijke verstikkingsdood nabij als het rekenwerk niet meer bol te werken is. Dit getuigt toch wel van enkele technische slordigheden en niet al te wijselijk programmeerwerk, want de Xbox heeft bij andere oogverblindende games al bewezen dat het perfect mogelijk is.
En alhoewel de oogjes niet altijd in de watten worden gelegd, wil dat niet zeggen dat onze oren worden onthouden van een zalige verwenningbeurt. Het geluid dat uit je speakers walst is een auditieve massage van de bovenste plank en stimuleert je trommelvlies naar een bulderend oorgasme. De ontploffingen gaan door merg een been en je tegenstand windt geen doekjes om de mond bij het ventileren van hun niet-katholieke mening over je persoontje. En met een 5.1 setje kunnen ook je buren genieten van je gruwelijke avonturen, willens of nietes.
Zoals al even ter sprake kwam in de inleiding is UC gevallen voor de charmes van enkele typische Quake ingrediënten, en dat uit zich vooral gameplaygewijs. Het allereerste waar de doorwinterde UT veteranen aan zullen moeten winnen is het verschroeiende tempo van het spel, dat toch wel enkele versnellingen hoger ligt bij deze jongste editie. Een vergelijking met Halo loopt al helemaal stroef en is eerder een kwestie van de haas en de schildpad. Sommigen zullen zich dus wel even verslikken bij al deze flitsende actie, maar de controls voelen gelukkig aan als een tweede natuur, en al spoedig huppel je als een dartel konijn de levels rond. Andere innovaties vinden we terug in de ‘double jump’, die je nog hoger de lucht in katapulteert, en de werking van adrenaline. Deze hormonale preparaten liggen in kleine dosissen verspreid in de levels en krijg je ook toebedeeld bij elk slachtoffer dat je genadeloos neerlegt. Eens het metertje is volgelopen en de 100 heeft bereikt is het tijd om je trukendoos te openen en een special move uit de mouw te schudden met behulp van de D-pad. Zo kan je ten gepaste tijde berserk gaan (je aanvallen richten meer schade aan), of opteren voor regeneration (je levensmeter en schilden groeien weer aan tot het maximum), agility (je karakter wordt zo lenig als een 16 jarige Russische turnster op de Olympische Spelen) of onzichtbaarheid. In de meeste sporttakken wordt doping niet goedgekeurd en zwaar bestraft, maar in het wereldje van UC is het een welgekomen toevoeging, die enige diepgang toevoegt aan het spel. Het is immers cruciaal de juiste special move te doen op de juiste moment, want verspilling van het dure goedje zal je zuur opbreken in het verdere verloop van het spel.
Het arsenaal dat je ter beschikking krijgt bestaat uit dezelfde schietijzers als in UT2K3 op de PC, die op zijn beurt flink wat materiaal uit de grabbelton van UT heeft geranseld. De meeste wapens hebben gewoon een modern likje verf gekregen en vertonen geen revolutionaire aanpassingen. Het geheel is nog steeds mooi uitgebalanceerd en elk wapen bewijst zijn waarde in een andere situatie.
Live is LifeUnreal Championship lag in onze contreien al op 15 november in de rekken, vanwege de gelijktijdige release met Xbox Live in de Verenigde Staten, en heeft in de aanloop naar 14 maart een hele poos stof liggen happen in mijn collectie. Het moet nu eenmaal gezegd dat het een online spel is pur sang. De offline ervaring weet wel te bekoren, maar houdt je geen lange tijd in zijn greep om je vervolgens niet meer los te laten. Wil je UC écht ervaren dan moet je toetreden tot de online wereld. Daar wordt besloten over je toekomst: of je gedoemd bent tot in het hiernamaals luiers te vervuilen tussen de broekventjes, of dat je de nobele strijd mag aangaan op leven en dood met de beste gladiatoren van de aardkloot.
De verschillende mogelijkheden om online te gaan zijn in alle Xbox Live ondersteunende spellen grosso modo hetzelfde, alsook bij UC. Wil je even tussen de soep en de patatten alle spanningen van die dag van je afschieten, dan is Quick Match op jouw lijf geschreven. Het spel gaat dan zelf op zoek naar een wedstrijd die je meteen kan aanvangen, zonder al te veel tijd te verkwanselen bij het zoeken naar kennissen die online zijn en andere tijdrovende zaken. Haast en spoed is echter zelden goed, en die zegswijze is ook van toepassing bij UC. Het spel heeft namelijk erg veel weg van zijn PC tegenhangers, en het is dus meestal een kwestie van al dan niet lange tijd te zoeken naar een goede server, die geen vertragingen of vervelende schokken vertoont. Bij het selecteren van Quick Match wordt hier uiteraard geen rekening mee gehouden, en kan het geregeld voorvallen dat je op een slechte server terecht komt die overbevolkt is. De meeste gastheren hun internetverbinding kan dan ook geen 16 man tegelijk aan, wat resulteert in haast onspeelbare games. Daarom is het ook aan te raden een zoektocht op te starten via Optimatch. Hierbij kan je een aantal criteria instellen waaraan de gastheer en diens spel moeten voldoen. Minimum en maximum aantal spelers, of er geinige extra’s beschikbaar mogen zijn en zoverder. Hierna wordt de zoektocht opgestart en krijg je een lijst met de beschikbare spellen, waarbij ook steeds de kwaliteit van de verbinding van de gastheer staat vermeld, alsook het aantal spelers dat er al opzit. Wil je tegen een aangename framerate het beest uithangen, opteer je best voor een 3 of meer sterren server, met een 7 à8tal spelers. Heb je het lot liever in eigen handen, zonder afhankelijk te zijn van anderen hun instellingen en snelheden, dan kan je zelf een game opstarten bij Create Match. Hier heb je dan ook alle touwtjes in handen. Hoeveel mensen er mogen meespelen, of de auto-aim aan staat, (Wat tot veel frustraties leidt momenteel bij sommige gamers, aangezien je op een oneerlijke manier aan het moorden slaagt.), hoeveel vrienden of vreemden er mogen meedoen, welke maps,…enfin, elk detail kan je instellen. Vervolgens kan je een tijdje wachten op andere spelers die de weg tot jouw game hebben gevonden, maar je kan ook een hele hoop vrienden uitnodigen met behulp van de handige friends list. Hiermee zie je wie er online actief is, en met enkele klikken heb je een aangenaam groepje mensen uitgenodigd en kunnen de festiviteiten van start gaan.
Het vraagt dus allemaal wat meer inspanning alvorens je aangenaam van katoen kan geven online. Eens je echter in dat stadium bent beland is het een waar genot om online rond te hossen met UC, en het is dan ook hier dat de game zijn ware klasse kan tonen.
Met name de voice communicator bewijst hier, net zoals bij Ghost Recon, zijn waarde. In team games zoals Capture the Flag en Bombing Run kan het goede gebruik van de headset het verschil betekenen tussen winst of verlies. De tactieken die je bespreekt zijn ook erg goed verstaanbaar (tenzij je de vervormde stemmetjes gebruikt, maar die zijn in elk Xbox Live spel haast onverstaanbaar), aangezien elk team een eigen kanaal ter beschikking krijgt. Zo hoor je enkel wat je moet horen, en blijf je soms ook bespaard van gefrustreerde tegenstanders die je de huid willen vol schelden.
Xbox Live biedt echter bij sommige spellen meer dan enkel de ervaring van online te gamen. Net zoals in het PC wereldje zal je allerlei aardigheden kunnen downloaden, zoals nieuwe maps, karakters, maar ook patches. Deze laatste term heeft een enorm negatieve connotatie gekregen in het verleden, en vele betreuren dan ook het introduceren ervan in de console wereld. Geheel onterecht echter in het geval van Unreal Championship, want de aankomende patch zou een hele hoop negatieve kantjes kunnen wegslepen bij het spel. Geen hatelijke frameratedrops meer, het bannen van de auto-aim,… allemaal fouten, de ene al grover dan de andere, die in principe voor de release van een spel moeten opgelost worden, maar het zij nu zo. Feit is dat vele gamers op deze patch zitten te wachten en met de armen open zullen verwelkomen.
Judge Judy
Na het verspillen van talrijke virtuele inkt is het zo stilaan tijd om een eindoordeel te vellen over de gedaagde, Unreal Championship. Voor de gelegenheid echter een tweezijdige slotconclusie. Schrap de Xbox Live ondersteuning uit het spel en je zal merken dat er een mager beestje over blijft, dat we logischerwijs niet kunnen aanraden aan die enkelingen die gedoemd zijn tot een verblijf in het offline gebeuren. Daarvoor is het spel niet bevredigend genoeg door teveel (technische) missers.
Zij die begenadigd zijn met een Xbox Live kitje kunnen echter op de twee oren slapen en de game aanschaffen, op voorwaarde dat je maag en mentale capaciteiten bestand zijn tegen een overdosis nutteloos bloedvergieten. Een perfect uitgebalanceerde wereld wacht dan op je online, die er ook echt in slaagt het adrenalineniveau in je bloed naar een hoger pijl te stuwen. Een aanrader voor de echte FPS bikkels onder ons!
Xbox Live en diens (positieve) invloed op het spel zijn mee in deze quotering opgenomen, dus mensen zonder Xbox Live mogen 2 volle punten aftrekken van de eindscore!
0 reacties
Geef een reactie
Artikel info
- Auteur
- Bert De Weerdt
- Datum
- 30 maart 2003
- Gamertag
- MacNappy
Game info

- X360
- Game
- Unreal Championship
- Publisher
- Atari
- Developer
- Digital Extremes
- Genre
- Actie
Game score
