Lord of the Rings: War in the North
reviewDe heroïsche tocht van Frodo Balings en zijn reisgenoten vanuit De Gouw naar de Doemberg in Mordor om aldaar de Ring voor eens en voor altijd te vernietigen, staat met name dankzij de briljante en rijkelijk met oscars beloonde filmtrilogie voorgoed in ons geheugen gegrift. Net om die reden zijn we tevreden met de komst van Lord of the Rings: War in the North, dat een andere paginazijde van J.R.R. Tolkiens meesterwerk belicht: de oorlog in het noorden van Midden-Aarde. Snowblind Studios zag in de beknopt besproken oorlog die daar wordt gestreden immers de ideale kapstok om hun co-op actie-RPG aan op te hangen.

Met de goedkeuring van zowel regisseur Peter Jackson als de erfgenamen van Tolkien in de broekzak, presenteert de relatief onbekende ontwikkelaar – de enige noemenswaardige titels op het palmares zijn de PlayStation 2-spellen Baldur’s Gate: Dark Alliance en Champions of Norrath – een script waarbij voldoende ruimte is voor eigen hersenspinsels, maar waarbij referenties naar Tolkiens literaire werk eveneens schering en inslag zijn. Bekende personages uit het ganse Lord of the Rings-universum passeren de revue voor een cameo, uit op het eerste zicht nutteloze dialogen valt heel wat interessante randinformatie te rapen en de verhaallijn toont vanzelfsprekend opvallend veel raakvlakken met de drie films. Terwijl Frodo en co zuidwaarts trekken om korte metten te maken met Sauron, vormen de bebaarde dwerg Farin, de bevallige elf Andriel en de menselijke ranger Eradan evenzeer een multicultureel reisgezelschap om het noordelijke halfrond van Midden-Aarde te vrijwaren van het kwade. Ditmaal belichaamt door Agandaur, een nakomeling van de Zwarte Numenoreanen die zich heeft aangesloten bij de duistere heerser Sauron en onder zijn bevel het noorden aanvalt. Aan het trio om zijn snode plannen te stoppen in een reis die hen langs verscheidene Lord of the Rings-locaties brengt, zoals onder meer de Elfenstad Rivendell, Mount Gundabad en Bree.

Hoewel de driehoeksverhouding waarvan jij deel uitmaakt uit verschillende rassen bestaat, tonen ze qua speelstijl opvallend veel gelijkenissen. De dwerg (onze keuze en gezien de kleine gestalte van ondergetekende wellicht de meest voor de hand liggende) heeft een voorkeur voor brute lijf-aan-lijf gevechten waarin hij met zijn botte bijl een hoopje Orcs doorklieft, maar hij kan net zozeer uit de voeten met een kruisboog. Net zoals Eradan en de magisch aangelegde Andriel die buiten hun specifieke eigenschappen ook wel raad weten met een legertje aanstormende lelijkerds. Het gaat er overigens bikkelhard aan toe in War in the North, want voor het eerst in een Lord of the Rings-game wordt het geweld niet verbloemd om een lagere leeftijdsclassificatie te bekomen. Er wordt niet op een litertje bloed meer of minder gekeken, hoofden worden zonder pardon van hun romp gescheiden en afgehakte ledematen vliegen in het rond. De website van de PEGI (Pan European Game Information) is klaar en duidelijk: deze game bevat extreem geweld en is alleen geschikt voor personen van achttien jaar en ouder. Het volwassen bloedvergieten blijft voorts netjes binnen de lijnen van een standaard hack & slash-festijn en nooit pretendeert War in the North meer te zijn dan dat. Zo nu en dan kun je wel de hulp inroepen van Beleram, een kolossale sprekende adelaar, die de aangeduide tegenstander met een snedige luchtaanval uitschakelt en tevens voor verwarring zorgt binnen de gelederen van de oppositie. De eenvoud waarmee we tientallen orks, hordes Uruk-hai en gigantische trollen neerhalen, is trouwens iets dat we wel kunnen waarderen. Wel is het zo dat naarmate het spel vordert, het wel een tikkeltje té repetitief wordt.
Diepgang moeten we min of meer zoeken in de achterliggende RPG-laag. Per stijging in level kun je bijvoorbeeld een skillpoint verdelen in een beperkte skill tree om de unieke vaardigheden van ieder personage verder uit te breiden. Er valt tevens voldoende loot en uitrusting te scoren in Midden-Aarde om in geen tijd een paar inventory schermen mee te vullen. Het is plezierig om je personages op te bouwen tot de ultieme vechtmachine en hem te decoreren met nieuwgevonden outillage. Het gebruikte materieel gaat trouwens niet voor altijd mee en moet ofwel tijdig vervangen worden door nieuwe items of gemaakt worden bij een smid. Het zijn zulke tradities waar War in the North nooit ofte nimmer van afwijkt.
De toegevoegde waarde zit ‘m volgens de spelomschrijving in de coöperatieve mogelijkheden. Je gaat altijd met z’n drieën op verkenning en speel je toch alleen, dan wordt je gezelschap automatisch aangevuld met twee kompanen die door de artificiële intelligentie worden bestuurd. Op Gamescom van alweer twee jaar geleden kregen we tijdens de presentatie van deze game nog te horen dat je strijdmakkers intelligent genoeg zouden zijn om eigenhandig mee te draaien in het driekoppige team. Welnu heren, belofte maakt schuld en het verstand van onze metgezellen laat toch dikwijls te wensen over. Wij speelden onze solocampagne op de normale moeilijkheidsgraad en zagen hoe de A.I. het vooral in latere levels bijzonder moeilijk kreeg. Hoewel ze hun mannetje staan in de vele gevechten, gaan ze toch vaak tegen de vlakte en hebben ze niet het verstand om naar een veiligere plaats te kruipen zodat we hen weer ongestoord op de been kunnen helpen. Leggen we zelf het loodje dan willen ze ons allebei koste wat het kost genezen en daarbij houden ze weinig tot geen rekening met de meute orks die ondertussen hun eigen levensbalk aan het leegmeppen zijn.

Het resultaat daarvan is nodeloos frustrerend. Door de slecht geplaatste controlepunten moet je grote, vaak moeilijke, stukken tot vervelens toe opnieuw proberen. Wie zijn uitrusting vlak voor het gevecht heeft aangepast, wordt evenzeer gedwongen om alles opnieuw in te stellen. Noem ons gerust kritisch, maar de optie om de moeilijkheidsgraad naar beneden te schroeven in je huidige speelbeurt behoort ook al niet tot de mogelijkheden. Het instellen van een eventueel makkelijker niveau kan blijkbaar alleen bij het starten van een nieuw avontuur; een koude douche voor iemand die dan al tien uur in zijn vorige savegame heeft zitten. De balans lijkt sowieso niet helemaal goed te zitten. Even voordien met de vingers in de neus een gigantische eindbaas verslaan en daarna je tanden stukbijten op een doodgewone meute vijanden, het kan in War in the North.
Soms zit het in de details, maar wie in zijn eentje speelt, mist dus werkelijk de helft van de fun en ontdekt steeds meer en meer ergernissen. Hoewel niet gevrijwaard van problemen (waar we in een apart artikel omtrent de coöperatieve functies nog op terugkomen) is het sowieso een betere keuze om samen met mensen van vlees en bloed erop uit te trekken. Dit kan met twee spelers in split-screen (al dan niet aangevuld met een computergestuurde derde of online speler) of gezellig met zijn drietjes via het online netwerk van het desbetreffende platform waarop je de game speelt. Temeer omdat je zo ontdekt dat er nog een aantal speciale co-op aanvalsmogelijkheden zijn die extra schade aanrichten wanneer je ze samen inzet. Een extra die we met onze gemankeerde AI-kompanen nooit hebben ontdekt. De einzelgänger is bij deze gewaarschuwd.
Wat ook opvalt tijdens onze best lijvige campagne doorheen het noorden van Midden-Aarde zijn de wisselvallige graphics. Je merkt duidelijk dat er meer aandacht is besteed aan de open buitenomgevingen. Niet dat die tot in de kleinste details afgewerkt zijn, maar ze ademen wel de juiste, typische Lord of the Rings-sfeer uit. Nee, de grafische motor sputtert vooral bij de locaties binnen vier muren (grotten, grafkelders, etcetera) en ook de personagemodellen zijn pover geanimeerd en niet echt meer van deze tijd. Plus nog enkele te betreuren mankementen van spelbedervende bugs die in het slechtste geval iedere vorm van progressie verhinderen, tot kleine mankementen zoals personages die door de grond zakken of sterven met een knullige, ietwat overdreven animatie.
Eigenlijk is Lord of the Rings: War in the North een beetje lachen en huilen tegelijkertijd. Het komt niet zo vaak voor dat we zo’n haat-liefde verhouding hebben met een spel. In de basis is het een degelijke game voor wie genoegen neemt met de bloederige 18+ actie en blij is met de traditionele RPG-tinten. Daartegenover staan niet te onderschatten minpunten zoals de wankelende grafische engine die zowel wisselvallige beelden als een lading bugs op het scherm tovert, maar in het bijzonder de gebrekkige intelligentie van computergestuurde medespelers die vooral in de latere levels absoluut een blok aan je been zijn. Bij voorkeur te consumeren met vrienden via split-screen en/of online, maar zelfs de sociale coöperatieve functies kunnen niet redden dat War in the North jammer genoeg iets te veel steken laat vallen om een echte aanrader te zijn.
2 reacties
knappe review Davy! Legt op perfecte manier uit wat de sterktes en zwaktes van deze RPG zijn.
Jammer, het was een game die mijn vrouw (als fan van LOTR en Co-op RPG) zeker samen met mij had willen spelen. Maar ik denk dat het toch die laatste Dungon Seige zal worden in de plaats. (ook fantasy RPG,maar dan met veel minder mindpunten)
Geef een reactie
Artikel info
- Auteur
- Davy De Rauw
- Datum
- 16 november 2011
- Gamertag
- Dsan Be
Game info

- X360
- PS3
- PC
- Game
- The Lord of the Rings: War in the North
- Publisher
- Warner Bros. Interactive
- Developer
- Snowblind Studios
- Genre
- RPG
- Release
- 04/11/2011
Game score
