Gaming in China - Deel 1: Inleiding
artikelChina. Hoe graag velen onder jullie het ongetwijfeld ook zouden willen, je kunt er niet meer omheen de laatste tijd. De Olympische Spelen beginnen deze week in Peking na maanden van protesten tegen schending van de mensenrechten en de obsessie van een land dat enkel op een goed blaadje wil staan bij de rest van de wereld, zoals het kindje waar niemand mee wilde spelen. Hoe het met sport en zowat alle andere aspecten van de moderne cultuur in China zit, weten we intussen wel dankzij de recente stortvloed aan zoetsappige documentaires. Maar hoe zit het met videogames?
Recent in het nieuws: de interesse van de Vlamingen in China neemt terug sterk af na een explosie van ongeveer twee à drie jaar. Dat is gebleken uit een scherpe daling in het aantal inschrijvingen voor de richting Sinologie, zowel aan de Katholieke Universiteit Leuven als aan de Universiteit Gent. Dit zou, volgens Leuvens professor Nicolas Standaert, onder meer als reden hebben dat er erg veel negatieve berichtgeving in verband met China in onze media verschijnt de laatste tijd. Ikzelf ben een student Sinologie, twee jaar geleden voor de richting ingeschreven, samen met ongeveer 120 andere studenten: een ongeziene piek van drie keer meer studenten dan er ooit voor de richting ingeschreven werden in het eerste jaar. Natuurlijk ga ik in deze specialreeks niet de tijd nemen om alle negatieve berichtgeving in verband met China te nuanceren (hoewel dat zeker de moeite waard is), maar ik ga het vooral hebben over de wereld van de Chinese videogames. En dit alles nog eens vers van de pers: ik ben net teruggekeerd van een heel jaartje China. Geniet er met volle teugen van, en laat hopelijk jullie ogen opengaan om enkele misverstanden in verband met de games in dat verre, bizarre land met de kleine gele mensjes voor eens en voor altijd te verdrijven.
Ja, over de videogamemarkt in China bestaan er inderdaad veel misverstanden, dankzij – opnieuw – de negatieve berichtgeving in de media. Mensen spelen er zich letterlijk en figuurlijk dood, vermoorden elkaar in het echte leven voor items in World of Warcraft en zouden hun moeder nog op eBay verkopen voor een paar miljoen virtuele goudstukken. Spelen de Chinezen eigenlijk enkel in een groezelig internetcafé hun geliefde MMO’s? Wat zijn “cyberkoelies” en heeft piraterij inmiddels de gehele Chinese markt verzwolgen? Deze en nog veel meer vragen worden van een zo uitgebreid mogelijk antwoord voorzien in de komende weken, maar eerst krijgen jullie een algemene inleiding op de Chinese videogamemarkt van ons voorgeschoteld.
De Chinese videogamemarkt kun je, net zoals onze westerse en andere Aziatische markten (o.a. Japan en Zuid-Korea) onderverdelen in twee grote categorieën: online en offline. Natuurlijk moeten we er wel bijzeggen dat dit onderscheid de laatste paar jaar steeds vager is geworden, dankzij de uitgebreide online functionaliteiten van de laatste (“zevende”) generatie consoles, maar het is om ons punt te illustreren nog steeds eenvoudiger om hier de grens te trekken. Bij de online markt rekenen we de pc games (voornamelijk MMO’s) en als we het over offline hebben, bekijken we de consoles en handhelds.
De twee meest gespeelde gamegenres in China zijn MMORPG’s en FPS-games. Dat men hier dol is op het rondhollen in een virtuele fantasiewereld met een ridderlijk personage is allang geen geheim meer, maar de FPS is toch een genre dat redelijk westers is qua opzet. Toch worden shooters nog vaak gespeeld in internetcafés, vanwege hun hoge toegankelijkheid, plezierfactor en vaak ook lage leerdrempel. Een beter genre om in multiplayer te spelen bestaat haast niet, en dat is tenslotte toch de motor waar de online markt op draait. Om de misschien ietwat onverwachte populariteit van FPS-games te illustreren: voor World of Warcraft op het toneel verscheen, was Counter-Strike de populairste game in heel China. Ook RTS-games scoren hier heel goed, vanwege hun vrij nauwe verwantschap aan de MMORPG. Als er een mix tussen de twee kan worden bekomen, is het hek natuurlijk helemaal van de dam en wordt het spel een instant kaskraker (Warcraft III: The Frozen Throne bijvoorbeeld).
De online markt mag dan wel de grootste zijn, maar er is ook een consolemarkt. In principe kun je elke console van de laatste twee of drie generaties hier vrij eenvoudig vinden, maar het gaat hier om geïmporteerde Japanse toestellen. Voor een land dat zo groot is als zo’n beetje het hele Europese continent is het toch bizar dat er geen consoles op het eigen grondgebied voor de eigen markt geproduceerd worden, zou je zo denken, maar er is er weldegelijk eentje: de PlayStation 2. Buiten de PS2 worden consoles dus enkel verkocht uit enorme geïmporteerde stocks vanuit Japan. De gemiddelde Chinees heeft ook geen enkele reden om een “autochtone” PS2 te kopen: waarom dat zo is, daar gaan we later verder op in. Verder is – zoals in de rest van het oosten van Azië – de Nintendo DS hier de absolute topper, en Microsoft scoort hier, zij het onofficieel, erg goed.
Het habitat van de gemiddelde Chinese gamer is de meest nabije “wangba” (internetcafé). Je betaalt er ongeveer tien à twintig eurocent om een uurtje te kunnen spelen op je favoriete game, en dat hoef je geen twee keer te zeggen aan iemand die een deftige verslaving heeft opgebouwd. Ook de reden hiervoor is eenvoudig: China is nog steeds een tweede wereldland, met een erg ongelijke inkomensverdeling. Daar waar in het zuidoosten van het land (in Tianjin en in de immens welvarende havenstad Shanghai) de inkomens aanschurken tegen die van West-Europa, verdient de arbeider in het centrum of noordoosten van het land slechts een hongerloon dat zich mijlenver onder onze armoedegrens bevindt. Meer dan de helft van de Chinese bevolking kan het zich niet permitteren om een installatie, zij het pc of console, thuis te hebben staan om te gamen, dus is een internetcafé vaak de enige oplossing.
Tot dusver deze kleine algemene inleiding in de Chinese videogame-industrie. In de volgende aflevering gaan we dieper in op het fenomeen van de “wangba” ofwel het internetcafé, met ondermeer interviews en eigen speelervaringen. Stay tuned!
Recent in het nieuws: de interesse van de Vlamingen in China neemt terug sterk af na een explosie van ongeveer twee à drie jaar. Dat is gebleken uit een scherpe daling in het aantal inschrijvingen voor de richting Sinologie, zowel aan de Katholieke Universiteit Leuven als aan de Universiteit Gent. Dit zou, volgens Leuvens professor Nicolas Standaert, onder meer als reden hebben dat er erg veel negatieve berichtgeving in verband met China in onze media verschijnt de laatste tijd. Ikzelf ben een student Sinologie, twee jaar geleden voor de richting ingeschreven, samen met ongeveer 120 andere studenten: een ongeziene piek van drie keer meer studenten dan er ooit voor de richting ingeschreven werden in het eerste jaar. Natuurlijk ga ik in deze specialreeks niet de tijd nemen om alle negatieve berichtgeving in verband met China te nuanceren (hoewel dat zeker de moeite waard is), maar ik ga het vooral hebben over de wereld van de Chinese videogames. En dit alles nog eens vers van de pers: ik ben net teruggekeerd van een heel jaartje China. Geniet er met volle teugen van, en laat hopelijk jullie ogen opengaan om enkele misverstanden in verband met de games in dat verre, bizarre land met de kleine gele mensjes voor eens en voor altijd te verdrijven.
Ja, over de videogamemarkt in China bestaan er inderdaad veel misverstanden, dankzij – opnieuw – de negatieve berichtgeving in de media. Mensen spelen er zich letterlijk en figuurlijk dood, vermoorden elkaar in het echte leven voor items in World of Warcraft en zouden hun moeder nog op eBay verkopen voor een paar miljoen virtuele goudstukken. Spelen de Chinezen eigenlijk enkel in een groezelig internetcafé hun geliefde MMO’s? Wat zijn “cyberkoelies” en heeft piraterij inmiddels de gehele Chinese markt verzwolgen? Deze en nog veel meer vragen worden van een zo uitgebreid mogelijk antwoord voorzien in de komende weken, maar eerst krijgen jullie een algemene inleiding op de Chinese videogamemarkt van ons voorgeschoteld.
De Chinese videogamemarkt kun je, net zoals onze westerse en andere Aziatische markten (o.a. Japan en Zuid-Korea) onderverdelen in twee grote categorieën: online en offline. Natuurlijk moeten we er wel bijzeggen dat dit onderscheid de laatste paar jaar steeds vager is geworden, dankzij de uitgebreide online functionaliteiten van de laatste (“zevende”) generatie consoles, maar het is om ons punt te illustreren nog steeds eenvoudiger om hier de grens te trekken. Bij de online markt rekenen we de pc games (voornamelijk MMO’s) en als we het over offline hebben, bekijken we de consoles en handhelds.
De twee meest gespeelde gamegenres in China zijn MMORPG’s en FPS-games. Dat men hier dol is op het rondhollen in een virtuele fantasiewereld met een ridderlijk personage is allang geen geheim meer, maar de FPS is toch een genre dat redelijk westers is qua opzet. Toch worden shooters nog vaak gespeeld in internetcafés, vanwege hun hoge toegankelijkheid, plezierfactor en vaak ook lage leerdrempel. Een beter genre om in multiplayer te spelen bestaat haast niet, en dat is tenslotte toch de motor waar de online markt op draait. Om de misschien ietwat onverwachte populariteit van FPS-games te illustreren: voor World of Warcraft op het toneel verscheen, was Counter-Strike de populairste game in heel China. Ook RTS-games scoren hier heel goed, vanwege hun vrij nauwe verwantschap aan de MMORPG. Als er een mix tussen de twee kan worden bekomen, is het hek natuurlijk helemaal van de dam en wordt het spel een instant kaskraker (Warcraft III: The Frozen Throne bijvoorbeeld).
De online markt mag dan wel de grootste zijn, maar er is ook een consolemarkt. In principe kun je elke console van de laatste twee of drie generaties hier vrij eenvoudig vinden, maar het gaat hier om geïmporteerde Japanse toestellen. Voor een land dat zo groot is als zo’n beetje het hele Europese continent is het toch bizar dat er geen consoles op het eigen grondgebied voor de eigen markt geproduceerd worden, zou je zo denken, maar er is er weldegelijk eentje: de PlayStation 2. Buiten de PS2 worden consoles dus enkel verkocht uit enorme geïmporteerde stocks vanuit Japan. De gemiddelde Chinees heeft ook geen enkele reden om een “autochtone” PS2 te kopen: waarom dat zo is, daar gaan we later verder op in. Verder is – zoals in de rest van het oosten van Azië – de Nintendo DS hier de absolute topper, en Microsoft scoort hier, zij het onofficieel, erg goed.
Het habitat van de gemiddelde Chinese gamer is de meest nabije “wangba” (internetcafé). Je betaalt er ongeveer tien à twintig eurocent om een uurtje te kunnen spelen op je favoriete game, en dat hoef je geen twee keer te zeggen aan iemand die een deftige verslaving heeft opgebouwd. Ook de reden hiervoor is eenvoudig: China is nog steeds een tweede wereldland, met een erg ongelijke inkomensverdeling. Daar waar in het zuidoosten van het land (in Tianjin en in de immens welvarende havenstad Shanghai) de inkomens aanschurken tegen die van West-Europa, verdient de arbeider in het centrum of noordoosten van het land slechts een hongerloon dat zich mijlenver onder onze armoedegrens bevindt. Meer dan de helft van de Chinese bevolking kan het zich niet permitteren om een installatie, zij het pc of console, thuis te hebben staan om te gamen, dus is een internetcafé vaak de enige oplossing.
Tot dusver deze kleine algemene inleiding in de Chinese videogame-industrie. In de volgende aflevering gaan we dieper in op het fenomeen van de “wangba” ofwel het internetcafé, met ondermeer interviews en eigen speelervaringen. Stay tuned!
2 reacties
Davy schreef reactie 1 op 04 Augustus 2008 om 18:40
Hehe leuk leesvoer. ik zie al uit naar het tweede deel!
ns boy schreef reactie 2 op 05 Augustus 2008 om 20:46
?
Idd erg interessant ^^.
<" />p> Btw, toen dat ze die foto van u hadden genomen, verscheen der dan een spook ofzoGeef een reactie
Artikel info
- Auteur
- Dennis Vansant
- Datum
- 4 augustus 2008
- Gamertag
- dennoman

